Witte Huis beslist wie toegang krijgt tot OpenAI's AI-tool voor het opsporen van veiligheidslekken
De Amerikaanse regering wil zelf bepalen welke bedrijven en organisaties gebruik mogen maken van GPT-5.6, het nieuwste AI-programma van OpenAI dat veiligheidsproblemen in software kan opsporen.
Kernpunten
- Het Witte Huis wil 'klant voor klant' beoordelen wie toegang krijgt tot OpenAI's GPT-5.6.
- GPT-5.6 is een AI-programma dat gebruikt kan worden om veiligheidsproblemen in computerprogramma's te vinden.
- In verkeerde handen kan zo'n tool hackers helpen om gevonden kwetsbaarheden te misbruiken.
- Ook andere bedrijven bieden vergelijkbare AI-programma's aan, zo meldt NOS Tech.
De Amerikaanse regering wil zelf de regie houden over wie OpenAI's nieuwste AI-programma GPT-5.6 mag gebruiken. Dat melden meerdere Amerikaanse media, aangehaald door NOS Tech. Niet OpenAI, maar het Witte Huis beoordeelt toegangsverzoeken 'klant voor klant'.
GPT-5.6 is een AI-tool die veiligheidsproblemen in computerprogramma's — ook wel kwetsbaarheden of 'bugs' genoemd — automatisch kan opsporen. De keerzijde: in verkeerde handen kan een hacker de tool inzetten om precies diezelfde zwakke plekken te vinden en te misbruiken, bijvoorbeeld om bij een bedrijf binnen te dringen.
OpenAI is niet de enige aanbieder op dit terrein; ook andere bedrijven bieden vergelijkbare programma's aan, aldus NOS Tech.
Wat betekent dit voor de BeNeLux?
Europese bedrijven en organisaties die toegang willen tot GPT-5.6 zullen langs het Amerikaanse beoordelingsproces moeten. Voor BeNeLux-organisaties in sectoren als financiën, overheid of kritieke infrastructuur — die baat kunnen hebben bij geautomatiseerde kwetsbaarheidsdetectie — betekent dit dat toegang niet vanzelfsprekend is en afhankelijk wordt van een individuele beslissing van de Amerikaanse overheid.